Ajax heeft geen sportieve wraak kunnen nemen na de beschamende nederlaag die het vorig jaar leed in het Santiago Bernabéu. De ploeg van Frank de Boer begon dinsdagavond goed tegen Real Madrid, maar deze goede start bleek geen voorbode te zijn op een stunt. Real kreeg de touwtjes al snel in handen en bleek simpelweg een maat te groot te zijn voor de Nederlands landskampioen, die met een 3-0 nederlaag terug naar Amsterdam werd gestuurd. Omdat Olympique Lyon thuis won van Dinamo Zagreb, staat de ploeg van De Boer op de derde plaats in de groep.
Ajax mocht dinsdag enkel tevreden zijn over haar start van de wedstrijd. De bezoekers begonnen zonder angst en kregen al binnen de minuut de eerste goede kans. Derk Boerrigter schoot hard binnen in de korte hoek, maar vond Iker Casillas op zijn pad. De keeper van Real had even later geluk dat een schot van Miralem Sulejmani geblokt kon worden en werd ook bij een kans voor Siem de Jong geholpen door zijn defensie. Real keek in de openingsfase de kat uit de boom, maar toen de aanval eenmaal werd gezocht, bleek toch dat de Spanjaarden duidelijk een klasse beter zijn dan Ajax.
Karim Benzema kreeg de eerste grote kans, maar voor een leeg doel en met enkel een Ajax-verdediger op de lijn schoof hij de bal naast. Kenneth Vermeer moest Cristiano Ronaldo en in de rebound Mesut Özil van scoren afhouden, voordat Benzema een te harde pass op de woedende Ronaldo gaf. De Fransman maakte even later echter zijn fout goed, door Ronaldo na een flitsende Real-counter een niet te missen kans te bieden: 1-0. Dit doelpunt kwam allesbehalve uit de lucht vallen en Ajax probeerde nog wel wat terug te doen, maar werd voor rust nooit meer gevaarlijk.
Real had de wedstrijd onder controle en verdubbelde vijf minuten voor de thee haar marge. Een prachtige crosspass van Xabi Alonso kwam terecht bij Ronaldo, die Kaká aan de rand van het strafschopgebied vrijspeelde en de Braziliaan de 2-0 binnen zag schieten. De wedstrijd leek gespeeld en werd kort na rust definitief in het slot gegooid, toen de Ajax-defensie opnieuw uit elkaar werd gescheurd. Alvaro Arbeloa bediende de inschuivende Kaká, die het overzicht behield en Benzema de 3-0 liet scoren. De Boer greep in en haalde de opnieuw tegenvallende Theo Janssen naar de kant.
Door Eyong Enoh in de ploeg te brengen gaf De Boer een signaal af aan zijn teleurstellende aankoop én gaf hij aan dat hij de schade beperkt wilde houden. Een goed resultaat zat er simpelweg niet in voor Ajax, dat een halfuur voor tijd nog wel een mogelijkheid op de eretreffer kreeg, maar Christian Eriksen scoorde niet. Kaká miste even hierna een enorme kans op de vierde Madrileense goal, voordat Jan Vertonghen nog twee kansen op de Amsterdamse eretreffer miste. Ajax speelt nu twee keer tegen Dinamo Zagreb en moet in deze duels de punten zien te halen.
Ajax mocht dinsdag enkel tevreden zijn over haar start van de wedstrijd. De bezoekers begonnen zonder angst en kregen al binnen de minuut de eerste goede kans. Derk Boerrigter schoot hard binnen in de korte hoek, maar vond Iker Casillas op zijn pad. De keeper van Real had even later geluk dat een schot van Miralem Sulejmani geblokt kon worden en werd ook bij een kans voor Siem de Jong geholpen door zijn defensie. Real keek in de openingsfase de kat uit de boom, maar toen de aanval eenmaal werd gezocht, bleek toch dat de Spanjaarden duidelijk een klasse beter zijn dan Ajax.
Karim Benzema kreeg de eerste grote kans, maar voor een leeg doel en met enkel een Ajax-verdediger op de lijn schoof hij de bal naast. Kenneth Vermeer moest Cristiano Ronaldo en in de rebound Mesut Özil van scoren afhouden, voordat Benzema een te harde pass op de woedende Ronaldo gaf. De Fransman maakte even later echter zijn fout goed, door Ronaldo na een flitsende Real-counter een niet te missen kans te bieden: 1-0. Dit doelpunt kwam allesbehalve uit de lucht vallen en Ajax probeerde nog wel wat terug te doen, maar werd voor rust nooit meer gevaarlijk.
Real had de wedstrijd onder controle en verdubbelde vijf minuten voor de thee haar marge. Een prachtige crosspass van Xabi Alonso kwam terecht bij Ronaldo, die Kaká aan de rand van het strafschopgebied vrijspeelde en de Braziliaan de 2-0 binnen zag schieten. De wedstrijd leek gespeeld en werd kort na rust definitief in het slot gegooid, toen de Ajax-defensie opnieuw uit elkaar werd gescheurd. Alvaro Arbeloa bediende de inschuivende Kaká, die het overzicht behield en Benzema de 3-0 liet scoren. De Boer greep in en haalde de opnieuw tegenvallende Theo Janssen naar de kant.
Door Eyong Enoh in de ploeg te brengen gaf De Boer een signaal af aan zijn teleurstellende aankoop én gaf hij aan dat hij de schade beperkt wilde houden. Een goed resultaat zat er simpelweg niet in voor Ajax, dat een halfuur voor tijd nog wel een mogelijkheid op de eretreffer kreeg, maar Christian Eriksen scoorde niet. Kaká miste even hierna een enorme kans op de vierde Madrileense goal, voordat Jan Vertonghen nog twee kansen op de Amsterdamse eretreffer miste. Ajax speelt nu twee keer tegen Dinamo Zagreb en moet in deze duels de punten zien te halen.


